Modi

  • De zaagdiepte aanpassen aan de dikte van het werkstuk. Er dient minder dan een volledige tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar te zijn.

De spanhendel (29) losdraaien. Voor een geringere zaagdiepten de zaag van de voetplaat (6) af trekken, voor een grotere zaagdiepte, de zaag naar de voetplaat (6) toe drukken. Stel de gewenste maat op de zaagdiepteschaalverdeling in. De spanhendel (29) weer vastdraaien.

De spankracht van de spanhendel (29) kan worden nagesteld. Hiervoor de spanhendel (29) losschroeven en deze minimaal 30° linksom verzet weer vastdraaien.

Leg het elektrische gereedschap op de voorzijde van de beschermkap (17).

De vleugelschroeven (8) en (15) losdraaien. Draai de zaag opzij. De gewenste maat instellen op de schaalverdeling (9). De vleugelschroeven (8) en (15) weer vastdraaien.

Opmerking: Bij verstekzaagsneden, is de snijdiepte minder dan de weergegeven waarde op de zaagdiepteschaalverdeling (30).

Leg het elektrische gereedschap op de voorzijde van de beschermkap (17).

De vleugelschroeven losdraaien (8). Draai de zaag opzij. De gewenste maat instellen op de schaalverdeling (9). De vleugelschroeven (8) weer vastdraaien.

Opmerking: Bij verstekzaagsneden, is de snijdiepte minder dan de weergegeven waarde op de zaagdiepteschaalverdeling (30).

De zaagmarkering 0° (11) toont de positie van het zaagblad bij het haaks zagen. De zaagmarkering 45° (10) toont de positie van het zaagblad bij een 45°-zaagsnede.

Oriënteert u zich zoals afgebeeld aan de linker rand van de zaagmarkering, om de snede te maken. Het afvalstuk zit in dit geval aan de rechterzijde. U kunt het best eerst proefzagen.

Bij gebruik van het geleiderailsysteem FSN kan bij verstekzagen het elektrische gereedschap in de opname van de geleiderail blijven zitten.

Gebruik uitsluitend zaagmarkering (10) bij zagen in een rechte hoek en bij zagen in een hoek van 45° met geleiderail.